Rubens zal enkele van zijn prenten naar Pieter van Veen sturen maar klacht van de mentale stoornis van zijn graveur, zonder hem te noemen [Lucas Vorsterman]. Hij vermeldt 7 prenten en zijn Palazzi di Genova boek, inclusief kwaliteits beschrijvingen (welke gravures beter of minder goed zijn gelukt). Hij spreekt in detail over het tekenen op koper (en een methode van Adam Elsheimer). Hij vraagt naar een exemplaar van een boek (zonder een titel te vermelden maar misschien Conclusiones physicae et theologicae, 1621) van Otto van Veen en zweert dat hij het geheimlijk zou houden (raar aangezien Otto van Veen zijn leraar was geweest en nog in Vlaanderen woonde terwijl Pieter van Veen in Holland woonde) (Magurn 1955, no. 48, pp. 47–48, 447 n.).